Met een weeig gevoel stap ik in de auto. Ik weet dat het leuk wordt. Maar ik weet ook dat het mijn laatste dag hier is. Ik besluit dat ik met alle geweld moet en zal genieten. Alles wat ik onderweg tegen kom in me op wil nemen, alle geuren echt goed wil ruiken en alles wat ik vandaag eet of drink echt wil proeven.
Een bagel met ei en bacon met meer dan een halve liter Starbucks koffie is het ontbijt van vandaag. Het is een beetje zwaar, maar dat is wel nodig. Want op een lege maag moet je geen wijn gaan proeven, dat zou stom en gevaarlijk zijn. Om elf uur rijden we langs de grote gebouwen in de bewolkte stad, nog geen uur later rijden we door de groene en zonnige Napa vallei. Overal waar je kijkt staan wijnranken, mooie huisjes en wijnhuizen.
We beginnen onze wijntrip volgens Andreas traditie bij een Champagne huis. Waar we drie superdeluxe champagnes proeven en een uitleg krijgen over het hele proces van het champagne maken en het proeven. In het zonnetje genieten we van de glaasjes bubbels. Lekker!
Niet veel later zijn we alweer onderweg naar het volgende wijnhuis. Ik mag van Andrea kiezen waar we heen gaan, maar ik heb natuurlijk geen idee welk wijnhuis wat maakt. Daarom neemt zij, als wijnkelner, al snel weer de leiding. We rijden het ene na het andere erf op waar immer glimlachende Amerikanen ons kleine glaasjes wijn inschenken en in spanning onze reactie afwachten.
Rond zes uur proeven mijn smaakpapillen helemaal niets meer. Ze zijn verdoofd van de alcohol. Andrea heeft nergens last van. Zij is beter getraind. We besluiten terug naar huis te gaan. Ik wordt midden in de nacht opgehaald door de airportshuttle om terug naar Nederland te gaan. Als we de stad weer binnenrijden over de Golden Gate Bridge beloof ik Andrea dat ik terug kom. En dit is geen het is zo aardig om te zeggen zinnetje. Ik meen het.